Frivole en verleidelijke lingerie, ook voor de vrouw met een borstprothese

De sfeer in de praktijk van José de Vos Medicals in Zutphen is belangrijk. Het gaat bij het passen van borstprotheses en lingerie namelijk om een delicate en soms emotionele aangelegenheid. José: ‘Iedere vrouw verdient de perfect passende, comfortabele en natuurlijk ogende prothese, waarmee zij vrijuit kan bewegen en sporten of zorgeloos kan zwemmen. Met minder neem ik absoluut geen genoegen. Daarom werk ik ook alleen op afspraak.’

Nog steeds blijken er mensen te zijn die denken dat lingerie voor dames met een prothese oubollig is. José: ‘Niets is minder waar. Er is ontzettend veel keus uit allerlei moderne modellen en mooie kleuren.’ Framboos bijvoorbeeld, maar ook zwart, bruin, oranje, roze en paars. José heeft leuke lingerie setjes met diverse modellen slips, in vrolijke kleuren en met schitterende details. Die geven een vrouw het gevoel te stralen, ook als zij een borstprothese heeft. De speciaal ontwikkelde pasvormen geven bovendien net dat extra beetje comfort dat zo belangrijk is.

Mooi en modern

In de 12 ½ jaar dat José de Vos Medicals borstprothese specialist is, is er veel veranderd. José: ‘Naast de gewone protheses zijn er ook de lichtgewicht- en contactprotheses. Deze laatste hechten direct op de huid. Nieuw is de prothese met comfort +, met een temperatuur regulerende achterkant.’ De lichtgewicht protheses zijn er nu ook in de soft variant, die zacht en natuurlijk aanvoelt. ‘De materialen blijven voortdurend in ontwikkeling. Het is belangrijk dat de prothese aanvoelt als een stukje van de vrouw zelf, ook al blijft het een hulpmiddel. Als het –letterlijk en figuurlijk- goed zit, voel je je beter.’ Daarnaast is een goede bh essentieel, zegt José. Die zijn er overigens ook voor vrouwen met een grote(re) cupmaat zónder prothese. ‘De dames kunnen hier in alle rust en met voldoende privacy lingerie bekijken en passen.’ Eén van de kenmerken van de lingerie is dat deze bredere schouderbandjes heeft, zodat het nergens gaat knellen.

Perfect passend

Voor elk leeftijd en voor elke maat heeft José de Vos Medicals de juiste prothese en de ideale lingerie. ‘Ook jonge vrouwen kunnen een borstprothese nodig hebben. Er bestaan zoveel verschillende lichaamsvormen dat het belangrijk is om een perfect passende prothese te vinden. Dat kan gelukkig. Als de vorm van de borst bij een borstbesparende operatie na verloop van tijd toch iets anders is, zijn daarvoor deelprotheses en deelstukjes, gewoon of plakkend. Ook zijn er schaalprotheses, voor een borst die in het geheel iets kleiner is.’ De protheses worden vergoed door de ziektekostenverzekeraar en mogen eens per jaar of per twee jaar vervangen worden. ‘Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn als iemand is afgevallen of aangekomen’, legt José uit. José de Vos Medicals is een SMEH-gecertificeerde praktijk, die onafhankelijk op kwaliteitsnormen getoetst wordt. Voor een vrijblijvend informatief gesprek kunnen dames altijd bellen. José geeft graag antwoord op alle voorkomende vragen.

José de Vos Medicals

Lintelostraat 1

7203 CR Zutphen

(0575) 513 561

jdevosmedicals@hetnet.nl

www.josedevosmedicals.nl

[gepubliceerd in: Zutphense Koerier '08]

12 March 2009
By on 09:35
Samba versus klompendans: Achter de schermen in Brazilië

Brazilie_059Een aangeboren nieuwsgierigheid of, beter nog, interesse in alles en iedereen, maakt het werken als journalist een aangename bezigheid. Gaat ergens een deur voor je open, dan wil je ook graag weten waar de achterdeur naartoe leidt. Privé is die interesse en zucht naar nieuwe inzichten niet altijd handig. Of voordelig. Maar het brengt je zo nu en dan wel op plaatsen waar je nooit dacht te zullen komen. Dat was ook het geval toen ik op een goede dag werd uitgenodigd om een studiereis te maken naar de binnenlanden van Brazilië.

Wie aan Brazilië denkt zal, net als ik, vermoedelijk blijven steken bij de gedachte aan carnaval in Rio de Janeiro, favela’s in São Paulo en krokodillen in de Amazone. Palmbomen, stranden en temperamentvolle mensen. Prijsvechters vliegen af en aan naar badplaatsen als Natal, Fortaleza en Salvador de Bahia, aan de noordoostkust van het kolossale land. Maar zelfs daarvan had ik nog nooit gehoord. De reis die ik ging maken voerde naar de binnenlanden, naar de staat Mato Grosso bij de Boliviaanse grens, in het noordwesten van Brazilië. Een groep Nederlandse investeerders in teakplantages werd door het bosbouwbedrijf Floresteca in de gelegenheid gesteld met eigen ogen te komen zien hoe hun boompjes gekweekt, gekloond, geplant en gekapt worden.

Toeristische luxe

Naast zonnebaden, cocktails drinken, met een speedboot over de Rio Paraguai varen en met ondergaande zon op de savanne paardrijden, als ware cowboys koeien opdrijvend, was er best nog wat tijd over om alles te leren over de tropische bodem waarop de teakbomen groeien. Maar daarna was het toch weer de zeldzame Blauwe Hyacintpapegaaien bezichtigen, piranha-sushi eten, meer cocktails drinken en ach, een stukje kaaimanvlees moet je toch ook een keer geprobeerd hebben…. Van de prachtigste pousada naar een nog mooiere, van het ene heerlijke buffet naar het andere. Toppunt van het toch al heerlijke eten in Brazilië was wellicht het steakhouse, waar voor een vast bedrag onbeperkt opgeschept mocht worden. Obers liepen er af en aan met grote spiesen vlees van de gril en wie zich bezwaard voelde vanwege de overdadige hoeveelheden, hoefde alleen maar om zich heen te kijken om te beseffen dat er hier alleen maar scharrelvlees bestaat. De uitgestrektheid van dit land laat niet veel anders toe. Langs de doorgaande wegen werden we regelmatig getrakteerd op lekkere gefrituurde hapjes, ijskoude verse kokosdrank die je met een rietje uit de kokosnoot drinkt en allerhande casave snacks. Hoewel het zich laat raden dat een dergelijke luxe vakantie, op kosten van een bedrijf waarvan je met wat geluk de naam kunt onthouden, een onvergetelijke indruk maakt, was ik niet tevreden. Ik wilde emigreren. Of in ieder geval zo snel mogelijk terugkeren naar dit land om achter die deur van gastvrijheid en toeristische luxe te kijken.

Betalen in termijnen

Het duurde drie maanden voordat ik, dankzij geplunderde creditcard, spaarrekening en familieleden, die deur kon openen. Met de moeizaam opgebouwde contacten in Cuiabá, hoofdstad van Mato Grosso, lukte het om de Brazilianen van een andere kant te leren kennen. Het was mij opgevallen dat slechts weinig mensen hier engels spraken en zonder ook maar een woord Portugees te spreken is communiceren best lastig. Daar komt bij dat bijna niemand een eigen internetverbinding heeft en voor toegang tot het wereldwijde web de meeste mensen afhankelijk zijn van de zogeheten LAN-houses. Telefoonverkeer is buiten de grote steden beperkt, vooral wanneer je vanaf de andere kant van de wereld probeert te bellen. De post tenslotte doet er ongeveer zes weken over om die afstand te overbruggen. Maar dan heb je ook wat. Zoals je wel vaker hoort, zijn ook de Brazilianen die niets hebben toch in staat te delen. Is het niet hun huis, dan toch zeker wel hun familie. Met een huurauto was zelfs de desolate savanne binnen handbereik en mocht ik zowel in de stad als op het platteland kennis maken met het sobere bestaan van de minder fortuinlijke Brazilianen. Mijn gastvrouwen waren Jô en haar zus Dora. Jô is weduwe en woont in Cuiabá. Zij verdient haar Reais als gids. Dora en haar man zijn van de stad verhuisd naar een verlaten plek op de savanne. Daar heeft haar dochter, die in Zwitserland woont, een klein huisje voor haar gekocht met 40 hectare grond. Dit voor het luttele bedrag van 11.000 Reais, zo’n 3.000 euro. ‘Wie geen geld heeft, is beter af op het land’, legde Jô mij uit. ‘Want daar kun je zelf wat groente verbouwen, kippen houden, vis vangen in de rivier. In de stad is het leven duur.’ Het wettelijk minimumloon in Brazilië is ongeveer vijfhonderd Reais per maand. Een kleine woning kost al gauw 350 Reais per maand. Dat verklaart waarom niet alleen duurzame producten zoals telefoons, maar ook de dagelijkse boodschappen, kleding en schoenen, in termijnen betaald kunnen worden.

Feestjes

Op de savanne wordt er van het eigen land gegeten. De kip gaat met poten en al de pan in. Het drinkwater komt uit de rivier. Als er tenminste water uit de slang komt, die het van de rivier via een kleine toren naar de huizen voert. Wie boodschappen gaat doen in de dichtstbijzijnde stad (een half uur rijden) doet dat met de bus. Die rijdt drie keer per week. Het is dan ook zaak om precies te weten hoe laat hij weer terug rijdt, anders zul je pas twee dagen later naar huis terug kunnen. Dat betekent echter niet dat de buschauffeur erg stipt is. Het kan maar zo gebeuren dat je anderhalf uur zit te wachten bij het busstation.

In de stad zijn de huizen hermetisch afgesloten met hekken en luiken, want wie wat heeft kan het ook kwijtraken. Stroomdraden hangen los langs muren en plafonds. Op woensdag heeft Jô haar vaste schoonmaakdag. Dat moet wel ’s morgens gebeuren, want alleen dan komt er voldoende water uit de kraan. Om de dag is er helemaal geen stromend water.

Zowel op het platteland als in de stad worden, ongeacht de armoede, feestjes gevierd. Vaak begeleid door live muziek, want bijna iedereen speelt op zijn minst gitaar. Daarbij wordt de samba gedanst. Een Nederlandse die een poging doet tot sambadansen is wel wat bijzonders in Brazilië. Dat houterige bewegen past natuurlijk ook meer bij onze eigen klompendans. Ondanks de eenvoudige pasjes gaf het toch de nodige struikelpartijen. Gelukkig zijn Brazilianen heer genoeg om je hierop niet af te rekenen en je galant op te vangen, zonder één woord over het feit dat je op hun tenen stapt. Tijdens zo’n feestje, waarvoor niet speciaal aanleiding hoeft te zijn, staan de dames rustig vanaf twaalf uur ’s middags tot ver na middernacht allerlei lekkers te bereiden. De heren ontfermen zich over het vlees op de barbecue en tenzij je jonger dan veertien bent drink je bier om de heerlijkheden weg te spoelen. Ook het afscheidsfeestje dat ter ere van mijn vertrek gevierd werd, verliep niet anders. Het maakt helemaal niets uit dat niemand je ooit eerder heeft gezien. Toch vinden ze het jammer dat je gaat. Saudade, noemen ze dat.

[Gepubliceerd in: Vrouw in de Regio, okt.'08]


By on 09:35
Hoe ondernemers de schijnwerpers zoeken

Light, Camera, Action!

[gepubliceerd in: De Ondernemer Zutphen/Lochem, feb.'09]

“Daar heb je hém ook weer…”  De ondernemer die deze uitspraak regelmatig hoort, doet iets heel goed. In onze snelle, flitsende wereld waarin een overdaad aan prikkels bestaat, valt het niet mee om nog op te vallen. Als je als ondernemer in de spotlights staat, de aandacht op je vestigt, zul je niet gauw vergeten worden en sneller als businesspartner naar boven komen op het moment dat dit ertoe doet. Het sponsoren van grote sportwedstrijden of evenementen is een populaire manier om de schijnwerpers te zoeken, maar er zijn meer manieren. Een stoomcursus “hoe val ik op”.

Het zogeheten guerrilla campagne voeren is een effectief middel, maar niet zonder risico. Een voorbeeld hiervan is de campagne van het Achterhoeks Bureau voor Toerisme in Zutphen, dat overal in het land wegwijzers plaatste met de tekst “Achterhoek, nog zoveel kilometer”. Het verrassingseffect deed de truc, maar dat hield tevens in dat de actie van korte duur was. Omdat er vooraf geen vergunningen aangevraagd waren voor het plaatsen van de borden, dienden deze in rap tempo weer verwijderd te worden. Maar het verrassingsaspect deed zijn werk en het mysterie van de borden kreeg veel media aandacht.

De smakelijkste toren van Zutphen als blikvanger

Optreden in de media is voor sommige ondernemers een bewuste keuze, anderen overkomt het gewoon. Suzan Boland, eigenaar van drie restaurants gevestigd in de Wijnhuistoren in Zutphen, weet daarover mee te praten. ‘De toren nodigt uit voor bijvoorbeeld cameraploegen en ik hap altijd meteen toe. Alle reclame is welkom. Dan ben ik eens als ‘side-kick’ aanwezig in een aantal afleveringen van een praatprogramma op TV Gelderland en blijkt dit voortdurend herhaald te worden. Zo zie ik al een half jaar mijn eigen gezicht steeds op televisie.’ Boland is lid van vrouwennetwerk Women in Business, maar vestigt ook de aandacht op haar zaak middels veelbesproken hippe feesten. ‘Sinds kort is Club Sub Rosa, op de bovenste verdieping, elke vrijdagavond geopend, maar al langere tijd is er elke eerste vrijdag van de maand een themafeest.’ Voor deze feesten is een minimum leeftijdsgrens en je komt alleen binnen met een uitnodiging, waardoor het toch enigszins exclusief blijft. Dat wekt vervolgens weer de nieuwsgierigheid. ‘In februari was er de Ladies Night. Een aantal mannelijke modellen deelde hapjes en drankjes uit en voor de gelegenheid sponsorde een andere ondernemer leuke en ondeugende goodies, ook weer een vorm van relatiemarketing. Er staat zo’n avond een portier voor de deur en er is een dj. Het is goede reclame voor alledrie de restaurants, veel mensen die op een feest zijn geweest komen later nog eens terug om te eten. Het is belangrijk dat er iets gebeurt waar mensen het over hebben.’ Wat Boland ook belangrijk vindt, is dat haar activiteiten passen bij de uitstraling die de toren heeft. ‘Het moet hip en nieuw zijn, maar ook stijlvol en smaakvol. We hebben onze titel De Smakelijkste Toren van Zutphen wel hoog te houden.’ Met een studie communicatiewetenschap en marketingcommunicatie in haar bagage weet Boland waar ze over praat. ‘Binnenkort voorzien wij de toren van speciale beeldschermen voor de horeca. Vroeger werd dat nog wel eens ordinair gevonden, maar tegenwoordig heb je daarop mooie loungebeelden, afgewisseld met informatie over de restaurants.’

De Vuelta is een kans die je niet voorbij mag laten gaan

Marketing manager Manuel Hezeman kent zijn doelgroep goed. De marketing activiteiten van het bedrijf waarvoor hij werkt, BührmannUbbens, zijn voornamelijk doelgroepgericht en dus klant- en marktsegmentspecifiek. BührmannUbbens is na de gemeente de grootste werkgever in Zutphen. ‘De aandacht trekken op lokaal niveau is voor ons minder van belang, omdat wij een business to business organisatie zijn met een landelijke dekking. Daarom zul je ons niet tegenkomen tijdens bijvoorbeeld het Chocoladefestival of de Bokbierdagen. Dat is meer een aangelegenheid voor het MKB. Wij zijn met name regionaal georiënteerd als het gaat om het laten zien van wie we zijn en dat we aanwezig zijn.’ Het bedrijf voelt volgens Hezeman wel een maatschappelijke verantwoordelijkheid naar Zutphen en zoekt daarom samenwerking met bijvoorbeeld het Grafisch Museum of de Hanzehof, waar de alom bekende BührmannUbbenszaal al jaren een begrip is. ‘Voor koninginnedag hebben we bijvoorbeeld hoedjes van papier verzorgd. Zo doen we iets terug voor onze omgeving, stralen we onze trots uit.’ Een bijzonder grote schijnwerper zal dit jaar op Zutphen gericht zijn gedurende de Vuelta, de Spaanse Wielerronde die voor de tweede etappe start in Zutphen. Aan de laatste details wordt nog gewerkt, maar vast staat dat BührmannUbbens op diverse manieren zal participeren. De Vuelta is een groots evenement, waarbij exposure volgens Hezeman echter tot een minimum beperkt blijft. ‘De Vuelta neemt met de eigen sponsoren de meeste cameraplekken in. Daar kom je niet tussen. Maar wat wel belangrijk voor ons is, is dat we onze klanten hier krijgen. De insteek van ons sponsoraandeel in de Vuelta is dan ook relatiemarketing. Een voetbalwedstrijd bezoeken is natuurlijk leuk, maar dit is uniek. Hier wordt na jaren nog over gepraat. Dit gebeurt zomaar in onze thuisstad en daar moeten we gewoonweg iets mee doen.’ De wielersport leeft binnen de organisatie. Veel medewerkers zijn fanatieke wielrenners of mountainbikers. ‘Om onze medewerkers ook te laten zien dat het iets van ons allen is, willen we aansluiten bij de Vuelta week van de gemeente en daarnaast wellicht ook zelf één en ander organiseren. Een tourtocht bijvoorbeeld, een diner met oud wielrenners en relaties, en eventueel een clinic bij Omnisport in Apeldoorn voor de eigen medewerkers. We willen de hele week benutten om dit evenement te beleven.’ Wielerkleding in de huisstijlkleuren is al beschikbaar als relatiegeschenk, sommige medewerkers fietsen daar ook zelf in. Hezeman: ‘Het feit dat dit evenement in Zutphen plaatsvindt geeft de doorslag. Ik zou bijna willen zeggen dat je zo’n kans niet voorbij mag laten gaan.’


By on 09:33
Verwachtingen ondernemers 2009: realistisch optimisme

Tijdens de presentatie van de miljoenennota waren ondernemers nog positief, optimistisch en vol vertrouwen. Binnen zeer korte tijd volgde echter het ene verontrustende bericht na het andere. Reden om ondernemers in de regio te vragen hoe zij nu, aan het begin van 2009, de toekomst zien. De regionale ondernemers blijken allerminst reden te zien tot doemdenken. Integendeel. ‘Een crisis schept ook nieuwe kansen.’

Iwan Göbel geeft maandelijks zijn visie op de ontwikkelingen in de economie in ons vaste item De Barometer. Samen met broer Dimitri, het creatieve brein achter de ontwerpen, runt hij het succesvolle productiebedrijf Burton Car Company, dat hippe sportwagens maakt. Ondanks de problematiek in de autobranche is Göbel niet somber gestemd. ‘De kredietcrisis hoeft niet erg te zijn. Het zet aan tot nieuwe dingen op ondernemersgebied. Het is wel eens goed om terug te gaan naar magere jaren. Wat nu belangrijk is, is flexibel zijn. Wat ons bedrijf betreft hoeven wij niet zuinig te zijn. We zijn een eenvoudig bedrijf en hebben de kosten goed in de hand. We zijn wel behoudend. Maar zo’n crisis voelt eerder erg dan dat het dat werkelijk is. Vergelijk het met de temperatuurverschillen in de woestijn: mensen denken soms dat het er ’s nachts vriest terwijl dat niet zo is. Dat lijkt alleen zo omdat het verschil met de hoge temperaturen overdag zo groot is.’ De autobranche staat volgens Göbel echter wel degelijk ‘in brand’. ‘Niemand doet er graag zijn mond over open, alles is ‘goed’. Maar intussen dreigde de AutoRai niet door te gaan. Grote merken lieten weten niet aanwezig te zullen zijn. Plan B is inmiddels in werking getreden en daar zie ik weer grote kansen in: om kosten te besparen zullen er geen stands per merk zijn, maar stands per categorie. Een cabrio hal bijvoorbeeld en een sportwagenhal. Wij als kleine speler moesten jaren geleden al goed kijken hoe wij de kosten van deelname konden beperken. Nu moet iedereen dat. Het daagt dus ook uit.’ Hoewel Nederland als economie volgens Göbel niet de beste kaarten heeft, ziet hij ook een lichtpuntje. ‘De duurzaamheid kwestie, daar zijn wij goed in. Creatieve oplossingen met water en wind bijvoorbeeld.’

Identiteit behouden

Eigenaar van Super de Broers Warnsveld aan de Breegraven Wim Stein is net als Göbel ‘realistisch optimistisch’. Ondanks de nieuwbouw van een grote en moderne Albert Heijn op steenworp afstand weet Stein zijn omzet te behouden, tot grote verrassing van velen. Dat komt volgens Stein door het unieke dorpskarakter dat zijn Super heeft. ‘Je moet in jezelf blijven geloven, je eigen identiteit houden. Mijn klanten moeten bij wijze van spreken blijven denken: “dit is MIJN boerenkoolwinkel.” Ook Stein heeft een perfecte rolverdeling binnen het bedrijf met zijn broer, Leo. ‘Hij is degene die met een glimlach de klanten begroet. En omdat ik de lat voor klantvriendelijkheid erg hoog leg, stel ik me zelf regelmatig als klant op.’ Stein is altijd op zoek naar leuke nieuwe ontwikkelingen. ‘Ik zoek bijvoorbeeld samenwerking met andere lokale ondernemers. Met een kassabon van een bepaald bedrag van Super de Broers kunnen onze klanten bijvoorbeeld gratis oliebollen halen bij bakker Van Zuijlen, gratis haarproducten bij Aljan Talens Haarmode, of 25% korting bij Kapsalon Velders. De nieuwste mogelijkheid is een keer gratis sporten inclusief sauna en zonnebank bij Optisport.’ Ook het happy hour (elke zaterdag 10% korting op alle boodschappen die tussen 16 en 18 uur afgerekend worden) en het surprise uurtje op donderdagochtend (bij besteding van 15 euro krijgen klanten een cadeautje) zijn succesvolle pogingen gebleken om origineel te zijn. ‘Je moet je nek durven uitsteken. We laten ons negatieve dingen gemakkelijk aanpraten. Begin liever zelf met een vriendelijk “Goedemorgen”. Het kan geen kwaad dat mensen nu zorgvuldiger met hun geld omgaan. Jongelui mogen best eens horen dat een nieuwe spelcomputer nu even NIET kan.’

Harder werken

Ben Harmsen is ronduit optimistisch over het nieuwe ondernemersjaar. Zijn zaak in de Pelikaanstraat floreert als altijd en zelfs als het dit jaar rustiger mocht worden ziet hij geen reden tot zorgen of bezuinigen. ‘Dan heb ik misschien eens wat meer tijd voor mijn gezin.’ Harmsen heeft een elektronicazaak voor LCD en plasma tv’s en schotels, met een eigen technische dienst die niet om 18.00 uur stopt met werken. ‘Wij hebben een heel trouwe klantenkring. Andere ondernemers sturen zelfs mensen naar ons toe voor reparaties en onderhoud.’ Zijn vader begon veertig jaar geleden de winkel op deze plek en heeft er al die jaren voor gezorgd dat alles in eigen hand bleef. ‘Geen dure mensen op kantoor, zoveel mogelijk zelf doen. Dat heb ik zo voortgezet. Het is goed te merken dat wij een naam hebben opgebouwd. Maar zelfs als we een mindere periode zouden krijgen, kunnen we dat aan. We hebben een gezond bedrijf. Bovendien hebben we onlangs grondig verbouwd en vernieuwd, wat een goede stap is geweest. We krijgen nog elke dag felicitaties. Ik ga ook elke dag met plezier naar mijn werk, verkoop producten waar ik zelf achter sta en hoef daarom alleen maar de waarheid te vertellen. De verkoop gaat dan vanzelf.’ Harmsen zou nog best een extra personeelslid kunnen gebruiken, maar kiest daar toch niet voor. ‘We hebben één medewerker in vaste dienst en dat blijft ook zo. Dan werken we zelf maar wat harder in drukke periodes. Mijn vader zei altijd: “Als je meer personeel hebt, wordt er minder hard gewerkt.”’

[Gepubliceerd in: De Ondernemer Zutphen/Lochem, jan.'09]


By on 09:32
Werken bij de politie

         Amvc200809090037_2                

Volgens het blad Intermediair is de politie één van de meest populaire werkgevers en andere onderzoeken tonen aan dat de politie (na Philips en de Rabobank) op nummer drie staat als favoriet. Annelore Roelofs, korpschef politie Noord- en Oost-Gelderland en politiebureau Zutphen openen voor deze arbeidsmarktspecial hun deuren tijdens een doordeweekse werkdag en bieden de redactie een unieke kans om kennis te maken met deze veelzijdige organisatie.

8.30 uur: de briefing

Na het ondertekenen van een verklaring met betrekking tot de risico’s en geheimhouding van gevoelige informatie worden redacteur en fotograaf toegelaten tot de briefing van politiebureau Zutphen. Deze vindt twee maal per dag plaats, om half negen en drie uur. Groepschef Karin: ‘Sinds een jaar maken we gebruik van een digitale presentatie, wat aanzienlijk meer duidelijkheid geeft. Foto’s van verdachten en arrestanten helpen bij de opsporing en aanhouding en kunnen ons helpen een beeld te krijgen van wat er zich heeft voorgedaan.’ Tijdens de briefing wordt duidelijk dat er nog een lange nasleep is van het afgelopen drukke weekend. Aanhoudingen in verband met openlijke geweldpleging vragen om afhandeling, terwijl nieuwe zaken en langer lopende onderzoeken alweer om de nodige aandacht vragen. De verkeerssituatie bij een wegafsluiting bijvoorbeeld zorgt voor incidenten. ‘De gemeente was nogal laat met het melden van de afsluiting en de borden zijn te laat geplaatst. Dat geeft onduidelijkheid in het verkeer.’ Ook een gestolen Jaguar wordt aan de hand van een foto onder de aandacht van het team gebracht. De presentatie wordt afgesloten met “Einde briefing, prettige werkdag”.

9.00 uur: kantoor groepschef

Groepschef Karin werkt 28 jaar bij de politie. ‘Er waren destijds weinig vrouwen bij de politie, ik was ook de enige ME-er. Nu werken er veel meer vrouwen. Het is meer een doorsnee van de maatschappij geworden.’ Sinds 2000 werkt Karin als leidinggevende. Als Karin het DMT (district management team) overleg ingaat, waarbij vooral tactische zaken besproken worden met de teamchefs en de districtschef, vertelt wijkagent Jacco over de procedure voor politiemedewerkers in opleiding.  ‘Gedurende de opleiding gaan studenten om en om drie maanden naar school en aan het werk. Pas aan het eind van de opleiding mag je naar alle meldingen. Je begint met uniformgewenning en contact met het publiek, na ongeveer eenderde van de opleiding krijg je schietlessen.’ Net als in het bedrijfsleven hebben politiemedewerkers een loopbaanbegeleider en wordt er een persoonlijk ontwikkelingsplan (pop) geschreven. Jacco werd na vier jaar als agent te hebben gewerkt hoofdagent, twee jaar daarna brigadier. ‘Een bon schrijven kan iedereen leren, maar het contact met de mensen moet deels in je zitten.’ Jacco noemt de arbeidsvoorwaarden goed. ‘Er zijn goede regelingen voor zwangerschapsverlof en er zijn nu ook 9-uursdiensten mogelijk.’

10.00 uur: de balie

De merkbaar goede sfeer in het team is niet exclusief voor Zutphen. ‘Je collega’s weten wat je doormaakt en dat schept een band. Sommige gebeurtenissen kun je wel met je omgeving bespreken, maar zullen alleen je collega’s echt kunnen begrijpen.’

In de hal vertelt een agente aan een echtpaar dat de boete voor het rijden in een auto met vervallen APK negentig euro kost. Geduldig herhaalt zij enige malen de procedure. Paula schrijft aan de balie een kwitantie uit. ‘Boetes die niet betaald worden krijgen uiteindelijk een onherroepelijk vonnis. Soms komen mensen uit zichzelf naar het bureau om alsnog te betalen, soms gaan we aan de deur. Dan is de keus: betalen of zitten.’ Terwijl de fotograaf met een surveillerend team meegaat, dat bij de bewuste wegafzetting een ongehoorzame automobilist aanspreekt op zijn overtreding, spoedt de redacteur zich naar Apeldoorn voor een gesprek met korpschef Annelore Roelofs.

10.30 uur: de korpschef

Annelore Roelofs is blij met de populariteit als werkgever. Het moderne onderwijs is ook in de politieorganisatie terug te vinden. ‘Het duaal leren met veel ruimte voor eigen initiatief is in 2002 bij de politieacademie van start gegaan. De studenten hebben een trajectbegeleider en coaches. Tijdens de opleiding krijgen studenten een aantal kernopgaven, die zij tijdens hun werkzame periode moeten uitvoeren. Deze praktijksituatie, bijvoorbeeld een horecamelding, moeten zij zelf opzoeken.’ De instroom wordt zorgvuldig afgestemd op de verwachte uitstroom. ‘Er worden momenteel zestig collega’s op agentenniveau opgeleid.’ Roelofs zegt behoefte te hebben aan recherchekundige masters. ‘Hiervoor bestaat nu de tweejarige opleiding Master of Criminal Investigation, voor mensen met een HBO- of universitaire vooropleiding. Eerst worden zij “blauw geverfd”. De algemeen recherchekundige masters worden vervolgens opgeleid tot specialist: financieel, forensisch of digitaal (cyber-) recherchekundige.’ Ondermeer dankzij televisieseries als CSI is het vak populair geworden. ‘Het beeld van het vak, zoals het op televisie te zien is, klopt wel. Het gebeurt alleen in een andere tijdsspanne en niet alle handelingen worden door één persoon verricht.’

De minister heeft aangegeven dat van de nieuwe benoemingen van (plaatsvervangend) korpschefs de helft vrouw en/of allochtoon zal zijn. ‘De politieorganisatie is divers samengesteld, het is een afspiegeling van de maatschappij. In ons eigen korps is 33,9% van de collega’s vrouw. Van de executieven is dat 24,9%. Van de leidinggevenden is 15,8% vrouw. De allochtone collega’s vervullen 5,4% van de functies, wat boven het gemiddelde op de regionale arbeidsmarkt ligt. Wij hebben een hoger streefcijfer afgesproken omdat wij middenin de samenleving staan.’ De reacties van de burgers zijn dan ook belangrijk. ‘We streven naar klantgericht werken, maar blijven uiteindelijk wel handhaver en opspoorder. Het publiek blijkt het zogenaamde ‘SAM-men’ op prijs te stellen: Service Aan Melders. Een terugkoppeling naar melders van incidenten. Zij vinden het prettig om te weten wat er met hun melding gebeurd is, maar er komt ook weer informatie voor ons uit.’

12.00 uur: administratie politiebureau Zutphen

Terug op politiebureau Zutphen is het team begonnen aan de gezamenlijke lunch. Daarna begint Karin aan het wegwerken van de papierstapel op haar bureau. Omdat het DMT overleg lang duurde en de stapel intussen weer gegroeid is, moet ze alle zeilen bijzetten. ‘Tijdens het DMT overleg bespreken we zaken als Bewust Belonen, wat inhoudt dat medewerkers die een uitzonderlijk goede prestatie hebben geleverd daarvoor financieel beloond worden. Een praktijkvoorbeeld is een aanhouding op heterdaad bij het dealen van drugs, dankzij het initiatief van collega’s om op een tactische plek en tijd te posten. Maar ook zijn we nu al bezig met de planning voor de diensten tijdens kerst en oud en nieuw. Verder komen personele zaken aan de orde: welke student gaat naar welk team. En we hebben het afgelopen weekend geëvalueerd. De werkdruk en de ondersteuning die we nodig hebben. Het doel is uiteindelijk steeds om de veiligheid en de tevredenheid van burgers te vergroten.’ Karin vindt dat de arbeidstijdenwet het werk moeilijker maakt. ‘Alle uren moeten worden verantwoord, er zijn verplichte pauzes en verplichte rustdagen, er mag maximaal 9 uur achtereen gewerkt worden. Soms is extra inzet nodig en worden de maxima overschreden. De regelgeving is op zich goed, maar beperkt ons soms ook.’

13.00 uur: surveilleren

Vrijwel iedere burger krijgt wel eens te maken met een bon. Te hard rijden, bellen in de auto, of een rood stoplicht negeren. Het geeft irritatie en veelal horen de politiemedewerkers zeggen: ‘Ga toch boeven vangen’. Volgens team Zutphen is het begrijpelijk, maar onterecht. ‘De bekeuring is datgene wat het meest zichtbaar is voor burgers, maar wat wij intussen achter de schermen doen blijft vaak onbekend. Als er bonnen uitgedeeld worden, zijn er intussen óók verdachten aangehouden, lopen er onderzoeken en wordt noodhulp geboden. Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week minstens één noodhulpteam paraat.’ Van tijd tot tijd is gelukkig wel zichtbaar dat het team grote resultaten boekt. Bijvoorbeeld met het oplossen van een verkrachtingszaak die heel Zutphen de adem deed inhouden.

Als er een melding van diefstal binnenkomt gaan Wim (wijkagent) en Kim (student) op zoek naar de verdachte. Kim heeft na ruim anderhalf jaar gemerkt dat hij ook privé anders naar zijn omgeving is gaan kijken. ‘Dan zie ik weer een brommerrijder zonder helm, daar lette ik voorheen niet op.’ Wim heeft gekozen voor een wijk waar regelmatig iets gebeurt. ‘Ik wilde liever een buurt waar de mensen zeggen wat ze denken, dan een wijk waar ’s morgens om acht uur iedereen naar zijn werk gaat en bij thuiskomst om vijf uur achter de computer duikt.’ De verdachte van diefstal wordt niet gesignaleerd en de rit wordt vervolgd door de stad. ‘Langs een middelbare school, waar nogal eens jongeren zonder helm op hun brommer wegrijden. En door een arbeiderswijk waar het goed is om even te laten zien dat je aanwezig bent.’ Ook wordt een bezoekje gebracht aan het wijkcentrum in Wim’s ‘eigen’ wijk. Trots toont hij de foto’s van de nieuwbouwplannen in zijn wijk. ‘Dat wordt echt heel mooi.’ Vervolgens wordt assistentie verleend bij een controle van een bestuurder van een onverzekerde auto. Agent Ivo heeft de bestuurder gevraagd uit het voertuig te stappen, dat door Kim naar het bureau wordt gereden. Daar zal de auto moeten blijven en de bestuurder dient vervangend vervoer te regelen. Dan is het drie uur en tijd voor de middagbriefing.

Deeltijdopleiding Master of Crimimal Investigation

Volgens korpschef Annelore Roelofs is er in de regio belangstelling voor een deeltijdopleiding Master of Criminal Investigation. ‘De selectie is landelijk, maar wij zien dat veel mensen voor het westen van het land kiezen. Ons gebied is anders, het is relatief veilig. Onze doelgroep hier bestaat uit bijvoorbeeld herintreders of mensen die om willen schakelen. Onze wens is om speciaal voor die groep een klas te starten die gebiedsgebonden is. Daarvoor komen ook minder jeugdige mensen in aanmerking. Natuurlijk moeten zij wel fit zijn, maar dat is doorgaans een criterium waaraan gewerkt kan worden. Deze deeltijdopleiding is niet opgenomen in het standaard programma op de politieacademie, maar bij voldoende belangstelling kunnen wij deze starten. Met enkele regio’s samen bijvoorbeeld.’ Sollicitanten dienen een VWO opleiding en, evenals voor de andere niveau’s, een rijbewijs te hebben, van onbesproken gedrag te zijn (hiertoe wordt antecedentenonderzoek gedaan), te beschikken over de Nederlandse taal en nationaliteit, fit te zijn en te kunnen zwemmen en een gezichtsvermogen binnen bepaalde normen te hebben.

Het vak is prachtig, zegt Roelofs. ‘Het is nuttig, zinvol en veel breder dan het lijkt. Het vak moet je aanspreken. Maatschappelijk betrokken zijn, willen helpen en veiligheid willen bieden. Wie voor een baan bij de politie kiest krijgt een goede opleiding en goede carrièremogelijkheden.’

Op 11 oktober vindt de landelijke politiedag plaats. Voor de regio Noord- en Oost-Gelderland, Twente en IJsselland de locatie dit jaar in Zwolle. Voor meer informatie over werken bij de politie en de open dag: www.politie.nl, www.politiedag.nl en www.kombijdepolitie.nl

[gepubliceerd in De Ondernemer Arbeidsmarktspecial september 2008]

[foto Zutphens Persbureau]

25 October 2008
By on 07:07
Carpoolen in de Sahara

‘Lieverd, luister eens….’ Zo begon het avontuur van Johan Boon uit Hall. Met collega Eric Groothuis, met wie hij dagelijks vanaf Eemnes naar zijn werk nabij Amsterdam reist, neemt hij deel aan de Amsterdam Dakar Challenge, ook bekend als de Barreltocht. Na maanden van voorbereiding is het nu bijna zover: op 8 november vertrekken Groothuis en Boon als team De Carpoolers om de 7.500 kilometer lange tocht naar Dakar af te leggen. En dat in een auto van maximaal vijfhonderd euro, met de opdracht veel geld in te zamelen voor een goed doel.

Een gedegen voorbereiding en alle hulp die je kunt krijgen, dat is volgens Boon nodig om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. Maar dat daar zoveel tijd in zou gaan zitten had hij niet helemaal voorzien. Gelukkig krijgt hij van zijn familie, vrienden en diverse bedrijven uit de regio alle steun die hij zich wensen kan. ‘Ik wilde al jaren graag aan de Dakar rally meedoen. Dit is dezelfde uitdaging, maar met veel minder middelen.’

Betrokken buurt

In april kochten De Carpoolers een Daihatsu Rocky, die inmiddels is aangepast aan de omstandigheden tijdens de rally. Dat ging niet zonder slag of stoot. ‘Je komt steeds weer dingen tegen die gerepareerd of vervangen moeten worden.’ Van alle teams die deelnemen zijn er ongeveer 8 die de moeilijke route nemen, waaronder de Caarpoolers. ‘Daar moet je goed op voorbereid zijn. Daarom heb ik een aantal reisverslagen gelezen van voorgaande deelnemers. We moeten creatief zijn en het gewoon proberen. Dat is het idee achter deze reis: het op eigen kracht volbrengen en elkaar helpen met de middelen die je hebt.’ Boon was overdonderd door alle betrokkenheid die de buurt en diverse bedrijven toonden. ‘Mensen leggen spontaan hun werk neer om ons te helpen. De bereidheid is hier groot. Het leeft ook erg in de buurt, en dat terwijl we hier pas zeven jaar wonen. Als westerlingen zijn wij hier opgenomen: we zijn hier getrouwd en hebben een feest gegeven. Dat was goed, we zijn geaccepteerd. Mijn schoonmoeder is op eigen initiatief de buren langs gegaan om geld voor ons in te zamelen. Dat was geen klein bedrag. Zou dat in de grote stad hetzelfde zijn gegaan? Ik betwijfel het.’

Help de Carpoolers

Het goede doel dat Boon en Groothuis uitkozen lag voor de hand: ‘Met onze technische achtergrond sprak de stichting Sotos ons het meest aan. Deze Nederlandse stichting ondersteunt technisch onderwijs in Senegal. Eén van onze grootste sponsors heeft ons daarnaast gevraagd de opbrengst van de auto, die geveild wordt in Afrika, te doneren aan een project in Gambia.’ Nu alles voor het goede doel geregeld is, kan Boon zich concentreren op de reis. Navigatie, materiaal, alles om de reis tot een goed einde te brengen. ‘We hebben alleen nog een bedrijf nodig dat onze koppakking wil vervangen.’ Intussen is Boon al bezig te bedenken hoe hij zijn sponsors kan bedanken. ‘We denken bijvoorbeeld aan een receptie.’ Voor meer info: www.decarpoolers.nl

[gepubliceerd in: Zutphense Koerier oktober 2008]


By on 06:46
Kleren maken de man

We zouden raar staan te kijken als de bakker ons gekleed in driedelig grijs een brood zou aanreiken. Of als de notaris in een spijkerbroek met sweatshirt achter zijn bureau zou zitten. Bij een bepaalde functie hoort nu eenmaal een bepaalde uitstraling. Kleren maken de man, heet dat. Daarnaast speelt in sommige beroepen ook veiligheid een rol, zowel fysiek als psychisch. Vier ondernemers tonen hun standaard outfit en vertellen daarbij waarom zij deze dragen en aan welke regels hun kleding moet voldoen. ‘Ik draag niet altijd een stropdas, maar hij hangt wél altijd aan mijn kapstok’, zegt bijvoorbeeld accountant Roy Berentsen. ‘Het ligt aan de afspraak die ik heb of ik hem gebruik.’

De accountant

Bepaalde verwachtingen spelen een grote rol in de kledingkeuze van ondernemers. Daar zijn ook voorschriften voor. Dat aan het verwachtingspatroon voldaan wordt heeft zo zijn voordelen, merkte Berentsen toen hij de proef op de som nam tijdens de aanschaf van een auto: ‘Ik werd in kostuum heel anders ontvangen dan in oude kleding.’ Berentsen is sinds december directeur accountant en kantoorvoorzitter van Accon avm in Zutphen. Hij gaat bij voorkeur, wat genoemd mag worden rolbevestigend, gekleed in een kostuum met overhemd en stropdas. ‘Ik draag daaronder geen witte sportsokken en mijn schoenen zijn gepoetst. Ik merk dat dit het beste overkomt.’ Volgens Berentsen is hoe je je voelt daarbij belangrijk. ‘Ik vind het persoonlijk prettig en voel mij in deze kleding zekerder als ik bijvoorbeeld bij een notaris over de vloer kom. Maar het hangt vooral af van je functie en wat je wilt uitstralen. Tijdens een casual bijeenkomst hoeft het niet helemaal formeel, maar aan een directie en raad van commissarissen heb ik heel wat uit te leggen als ik in een spijkerbroek verschijn.’ Het beroep van accountant is niet flamboyant naar de buitenwereld en de kleding dient daarop afgestemd te zijn. ‘Het is een dienstverlenende sector, je bent een vertrouwensman of –vrouw. Als ik een fel roze shirt zou dragen, leidt dit af en dat mag niet. Hetzelfde geldt voor de auto waarin je rijdt. Die moet wel representatief zijn, maar niet overdone. Als ik in een dure Ferrari rijd, denkt de klant: “Dat moet IK betalen…” Onze interne kledingvoorschriften gaan best ver, maar sommige daarvan zijn ook wel weer vanzelfsprekend. Een verzorgd, zakelijk kapsel of sokken in dezelfde kleur als de pantalon. In principe geen spijkerbroek, geen t-shirt. Verder moeten borst, buik en billen bedekt zijn en mogen er geen hemdjes met blote schouders gedragen worden. Ook dit zou afleiden. Het gaat erom een verzorgde zakelijke uitstraling te hebben.’

De restaurateur

In sommige beroepsgroepen is uitstraling ondergeschikt aan praktische overwegingen. Maar voor een klein bedrijf is het niet altijd voordelig om bedrijfskleding te hebben. Jos Geverink, directeur van Molenmakersbedrijf Groot Wesseldijk in Lochem: ‘Zolang wij geen bedrijfskleding hebben ben ik verplicht mijn medewerkers kledinggeld te betalen. Als werkgever moet ik zorgen voor veiligheid, door middel van bijvoorbeeld schoenen, helmen, brillen en gehoorbescherming.’ Het bedrijf restaureert historische molens in het hele land, maar ook daarbuiten. De watermolen van kasteel Hackfort en molen Nooitgedacht in Warnsveld zijn voorbeelden uit de regio. ‘Het is soms vies werk, met vet en verf. Dat wil je niet aan je kleding hebben, dus dragen de medewerkers een overall. Dat is ’s zomers wel eens lastig. Maar als het warm is hebben ze er volgens mij niet veel onder aan: ik zie wel eens een spijkerbroek aan de haak hangen…’ Het gaat bij Groot Wesseldijk niet zo zeer om een representatief voorkomen. ‘De veiligheid staat voorop. Als de mensen aan het lassen zijn, is het belangrijk dat hun overall van materiaal is dat niet hard brand. Zo kan het wel eens gebeuren dat de medewerkers bij een collega zien dat er tijdens het lassen een slak in zijn te lange, omgeslagen broekspijp terecht komt, wat natuurlijk flink begint te roken. Dan liggen ze in een deuk, maar gelukkig brandt het niet door.’ Op het gebied van veilige bedrijfskleding is veel verkrijgbaar. Geverink: ‘Spijkerbroeken slijten snel. Er zijn wel werkbroeken met polyester, wat heel sterk is, maar dat brandt meer. Wij werken ook met bijvoorbeeld handschoenen waaraan drie ‘halve vingers’ zitten, de rest is dan ingepakt. Zo heb je bescherming, maar kun je toch nog nauwkeurig werken.’ Hoewel werkkleding niet echt aan mode onderhevig is, zijn er wel ontwikkelingen. ‘Die lage zakken achterop broeken schijnen hip te zijn, maar praktisch is het niet: als je bijvoorbeeld je mobiel in je zak hebt ga je daarop zitten. De nieuwe werkkleding is wel steeds beter uitgerust met handigheidjes. Die zijn voornamelijk functioneel: met kniestukken op de plaatsen waar vroeger de kleding aan slijtage onderhevig was, of met vakjes en verstevigingen voor je gereedschap. Er wordt wel wat moois gemaakt op dit gebied.’

De grafisch ontwerper

Net als accountant Roy Berentsen voldoet grafisch ontwerper Ronald Wientjes met plezier aan de vooroordelen. ‘Mensen verwachten mij juist niet in pak, dat wordt in mijn beroepsgroep geassocieerd met een gladde jongen. Ik voel mij daar ook niet prettig in. Als je je lekker voelt in je kleding breng je dat enthousiasme ook over.’ Toch ligt het ook aan de klant en aan het contact. Als directeur van Rodo Grafisch Ontwerp Bureau heeft Wientjes niet alleen de functie van creatieve, maar ook van zakelijk partner. ‘Binnen een groot concern verwacht men wel een colbert. Een stropdas hoeft daar dan niet persé bij. Gelukkig zijn ook colberts wel in de casual variant verkrijgbaar. Als je vervolgens een betere band hebt gekregen kan dat colbert weer achterwege blijven. Als je maar netjes en schoon bent, dat is wel belangrijk.’ Voordat Wientjes zijn eigen bureau startte was hij werkzaam bij een groot concern. ‘Daar kregen wij les in het hebben van een verzorgd uiterlijk. Daar houd ik nu nog steeds rekening mee. Bijvoorbeeld dat je absoluut geen witte sportsokken dient te dragen. Maar ook dat er, als je met de benen over elkaar zit, geen stuk been zichtbaar mag zijn. Om dat te voorkomen draag je bij voorkeur sokken die de kuiten bedekken. Ook een korte broek zou ik niet dragen, hoe warm het ook is.’ Te extreem casual is volgens Wientjes ook “not done”. ‘De creatieven dragen soms t-shirts met opdruk of gaan volgens de laatste hippe mode gekleed. Zelf ben ik iets breder bezig en treed ik ook naar voren als eigenaar van een bedrijf. Het moet dus ook niet té creatief zijn. Daar let ik wel op.’ De dagelijkse outfit van Wientjes bestaat uit een spijkerbroek met een blouse in een vlotte kleur, zonder stropdas. ‘De blouse draag ik niet in- maar over mijn broek. Meestal heb ik daarbij gewone schoenen aan, geen gympies. Ook een stoer horloge vind ik wel leuk, dat maakt het af. Bij de creatieven worden tatoeages en piercings wel geaccepteerd, maar het past niet bij wat ik doe. Je moet wel serieus genomen worden. Bij de eerste contacten zie ik er daarom ook altijd wat zakelijker uit. Je kunt wel zeggen “daar doe ik niet aan mee”, maar het belang van je omzet werkt dan toch mee. Privé kun je dat gerust doen, maar bedrijfsmatig moet je toch een beetje met de meute mee. Gelukkig kun je je als grafisch ontwerper best veel veroorloven.’

De uitvaartverzorger

Bij Monuta Uitvaartverzorging zijn er duidelijke voorschriften op het gebied van kleding. Teamleider Wilco Leukenhaus: ‘De buitendienst en de binnendienst hebben hun eigen voorschriften. Landelijk hebben wij uniformiteit en neutraliteit: de uitstraling van medewerkers in bijvoorbeeld Terneuzen is hetzelfde als in Zutphen. De dames variëren zelf meer dan de heren. Die dragen bijvoorbeeld een andere blouse, dat mag wel. In het algemeen geldt dat de medewerkers er verzorgd uitzien, in gedekte kleuren zoals grijs of blauw, geen roze of geel. Bij een kinderuitvaart dragen we wel witte handschoenen in plaats van zwarte, dat is iets milder. De heren gaan gekleed in twee- of driedelig, inclusief het vestje. Zij hebben de keuze of zij al dan niet een krijtstreep dragen. De dames hebben een jasje, een gillet en een rok of broek. Op de dag van de begrafenis of crematie zijn de voorschriften uitgebreider: verplicht is dan het jacket, een krijtstreep pantalon voor de heren, een pandjesjas, een hoge hoed en handschoenen. Een rok voor de dames die minimaal op kuitlengte dient te zijn en afhankelijk van het gebied dragen ook zij een hoed. Bijvoorbeeld in bepaalde geloofsgemeenschappen waar dat op prijs gesteld wordt.’ De familie heeft altijd de gelegenheid een voorkeur uit te spreken, vertelt Leukenhaus. ‘Als zij liever hebben dat wij geen jacket dragen, dan doen we dat niet. Maar we dragen bijvoorbeeld beslist geen spijkerbroek.’ De specifieke kledingvoorschriften zijn er volgens Leukenhaus niet alleen voor de uitstraling die het vak met zich meebrengt. ‘Het schept ook een stukje afstand. Als je beroepskleding draagt, sta je er als aanspreekpunt, je staat buiten het verdriet. Dat is ook voor de uitvaartverzorger zelf van belang. Je hoort huilen om je heen, maar moet bezig zijn met je werk. Het beschermt je, niet tegen afvalstoffen maar wel tegen teveel betrokken raken. In je beroepskleding krijg je ook een andere houding, je gaat rechter lopen. Dat is voor je functie van wezenlijk belang.’

De deskundige

Volgens Walle Tempelman, gespecialiseerde herenmodezaak in Zutphen, zijn de autodealers de beroepsgroep die het meeste uitgeeft aan bedrijfskleding. ‘Minimaal eens per jaar kopen die iets nieuws, iets anders. In die branche is de bedrijfskleding meer dan elders aan mode onderhevig.’ Voor een bedrijf is het belangrijk dat elke medewerker in de bedrijfskleding gekleed kán gaan, meent Tempelman. ‘Er zijn natuurlijk veel verschillende modellen en maten. Het moet wel goed zitten, ook als een medewerker wat forser of juist heel tenger is.’ Tempelman ziet veel verschillen bij de diverse beroepsgroepen. ‘Sommige uniformen zijn vreselijk. Maar er zijn moderne ontwikkelingen. Je ziet steeds meer mensen die zich ook in de zakelijke wereld presenteren zonder stropdas. Het begon met de “Casual Friday” en nu zie je het zelfs in de politiek. Dat was tien, vijftien jaar terug ondenkbaar.’ Zelf vind Tempelman dat eigenlijk wel jammer. ‘Het kan juist een leuk accent zijn op egale kleuren. Ik draag zelf altijd een das, ik ben een fanaat. Ik laat ze in de zaak ook graag zien: je hoeft niet met de massa mee. Er is veel moois, prachtig! We hebben bijvoorbeeld onlangs een bedrijf roze dassen met een witte stip voor de medewerkers geleverd. Tegenwoordig zie je veel mensen in een leuk modisch kreuklinnen pak, maar dat is niet voor elk figuur geschikt. Dan is een traditioneel pak met een leuk accent een goede keuze. De trend voor deze zomer? Iedereen in een roze hemd!’ 

[Gepubliceerd in: De Ondernemer Z/L juni 2008]

8 July 2008
By on 15:37
Henriette van der Loo: Vleermuisdeskundige

In een gezellig, verscholen huisje aan de rand van Doetinchem woont biologe Henriette van der Loo. Na 31 jaar biologie onderwijs aan een middelbare school is zij in november 2006 op eenenzestig jarige leeftijd met FPU gegaan. Al sinds 2000 werkte ze naast haar baan als docente ook freelance aan advies en onderzoek, met name als vleermuisdeskundige. Sinds afgelopen zomer heeft ze voor dit onderzoek een eigen bureau opgericht.

Haar onderzoek en advies is zeer divers, maar Henriette heeft een speciale voorliefde voor de vleermuis. Of liever: de vleermuizen, want er zijn ongeveer twintig verschillende soorten vleermuizen in ons land. Over vleermuizen is zelfs bij deskundigen na jaren onderzoek nog veel onbekend. En juist dat trekt Henriette aan. ‘Ze zijn moeilijk waar te nemen, zijn actief in het donker en maken geen geluid – althans niet voor ons blote oor hoorbaar. Dat maakt het onderzoek uitdagend, meer dan planten of schelpen.’ De wortels van Henriettes interesse in vleermuizen voert ons bijna veertig jaar terug in de tijd. ‘In 1966 studeerde ik als 21-jarige biologie. Voor mijn afstuderen moest ik een ‘plantaardig’ en een ‘dierlijk’ onderwerp kiezen. Ik wilde graag vleermuizen als onderwerp, want ik was nieuwsgierig naar wat ik niet kende. Maar het mocht niet, want men vond de omstandigheden in die jaren te primitief voor een meisje! Er moest overnacht worden in een tent en er was waarschijnlijk geen toilet. Dus moest ik iets anders kiezen.’ De nieuwsgierigheid bleef, maar pas in 1991 kwam haar ultieme kans. ‘Er zou 24 uur onafgebroken les gegeven worden aan de eindexamenklas. Dat werd gesponsord voor het goede doel. Ik bood aan om het nachtelijke deel voor mijn rekening te nemen, om met de leerlingen onder andere vleermuizen te bestuderen. Een IVN-lid uit de buurt had naar hij zei een ‘kastje’ waarmee je vleermuizen kon horen, een zogeheten batdetector. Hij deed mee aan het atlasproject. Dat was heel leuk en zo heb ik op de valreep meegewerkt aan dit project. Ik werd lid van de Vlen (Vleermuiswerkgroep Nederland) en de Vlegel (Vleermuiswerkgroep Gelderland) en was heel enthousiast en actief.’ Maar Henriette had een drukke baan en haar jongste van vier kinderen woonde nog thuis. Toen ze 52 was ging ze minder werken, de kids gingen studeren en kreeg ze meer tijd en ruimte.

Flora en Faunawet

De definitieve doorbraak was de nieuwe Flora en Faunawet uit 2001. Alle vleermuizen zijn beschermd. Voor elk soort verblijf, of dat nu winterverblijf, kraamkolonie of tijdelijke rustplaats is (vleermuizen verhuizen vaak), is een ontheffing nodig wanneer de dieren verstoord worden. Er waren mensen nodig met vleermuiskennis en Henriette werd veel gevraagd. ‘En nog steeds; er zijn niet veel mensen in vleermuizen gespecialiseerd.’ Een snelle manier om het netwerk van vleermuisdeskundigen uit te breiden en daarmee veel kennis over te dragen was de cursus klachtafhandelen die is opgezet in samenwerking met de Stichting Landschapsbeheer Gelderland, met als doel de gemeenten in heel Nederland te ondersteunen bij hun wettelijk verplichte taak een meldpunt voor vleermuisklachten te realiseren. Hoewel vleermuizen letterlijk genomen geen overlast veroorzaken (ze knagen niet, maken geen nesten en hun ontlasting stinkt nauwelijks) kunnen ze wel voor problemen zorgen. Die problemen bestaan er vooral uit dat mensen angstig zijn, en het verhelpen van veel leed is dus al geschied met het geven van voorlichting. Vleermuizen leven niet binnen in onze huizen, maar maken bijvoorbeeld gebruik van de spouw of de dakpannen, de luiken of het dakbeschot. Andere soorten leven in holle bomen of hangen op kerkzolders en ’s winters zijn ze ook te vinden in ijskelders of bunkers. ‘Ooit ben ik per ongeluk opgesloten in een kerk waar ik onderzoek deed. De koster had ons blijkbaar vergeten en ik moest voor een lezing naar Winterswijk. Ik had geen mobiel bij me, alles zat dicht. Toen heb ik de klok maar laten luiden, er zat niets anders op….’

Ook Henriette houdt zich naast wetenschappelijk onderzoek bezig met het afhandelen van klachten. De gemeenten zijn het eerste aanspreekpunt, maar laten zich graag assisteren door deskundigen. Een voorbeeld van inmenging van Henriettes deskundigheid is een melding van vleermuizen in de Watertoren in Zutphen. Daar werden tijdens renovatiewerkzaamheden tientallen dode vleermuizen gevonden. Deze bleken niet het slachtoffer van de werkzaamheden, maar gebruikten de toren als jachtgebied. De vleermuizen zaten, eenmaal binnen, als ratten in de val: de kleine ventilatieopeningen boven in de toren waren makkelijk te vinden om naar binnen te vliegen, maar er was geen weg meer terug. Hoewel het watervat zelf, nog altijd in gebruik als reservoir, al jaren afgesloten was, voelde waterbedrijf Vitens er niets voor om de ventilatieopeningen zodanig geschikt te maken voor de vleermuizen dat ze er ook weer uit konden. Zelfs Henriettes nuchtere uitleg nam hun twijfel over de risico’s voor de volksgezondheid niet weg en er werd besloten om de openingen geheel af te sluiten en de vleermuizen voorgoed te weren. 

Fabels en Feiten

Henriette: ‘Er bestaan nog steeds veel sprookjes over vleermuizen en het feit dat ze niet te fixeren zijn vinden mensen vaak eng. Bovendien hebben vleermuizen niet de neiging te vluchten voor mensen en dat zijn wij niet gewend. Ze wonen al zo lang bij ons en toch weten we er nauwelijks iets van, dat is eigenlijk raar. Nu begint er steeds meer kennis te groeien: veel mensen weten wel dat ze vlerken hebben en door middel van sonar hun weg én hun voedsel vinden.’ Dankzij deze zogenaamde echolocatie is het overigens ondenkbaar dat een vleermuis per ongeluk in ons haar zou vliegen: met zeer hoge snelheid weet een vleermuis feilloos zijn weg te vinden. Ook hebben we niets te vrezen van ‘hondsdolle’ vleermuizen: slechts een klein percentage van twee soorten vleermuizen is met het rabiësvirus besmet, en deze dieren worden niet ‘dol’. Ze vallen dus niemand aan, maar worden ziek en zwak. Het is daarom wel verstandig om gevonden vleermuizen, dood of levend, niet aan te raken maar hiervoor een deskundige in te schakelen. Deze mensen laten zich preventief inenten, zodat elk risico vermeden wordt. Er zijn nog veel meer wetenswaardigheden die de vleermuis alleen maar interessanter maken. ‘Hun sociale leven is bijzonder: ze maken gebruik van kraamkolonies waar vrouwtjes hun jongen baren en grootbrengen. Het zijn zoogdieren die slechts één jong per jaar krijgen en in Nederland houden vleermuizen een winterslaap.’ Deze eigenschappen maken hen naast bijzonder ook heel kwetsbaar: als een holle boom gekapt of een huis verbouwd wordt terwijl er een kolonie in verblijft, heeft dit desastreuze gevolgen voor het vleermuizenbestand. Daarom is het van groot belang dat bekend is waar kolonies zich ophouden en wanneer er verbouwd of gekapt kan worden, zonder een honderdtal vleermuizen uit te roeien.

www.vleermuis.net

[Gepubliceerd in: Vrouw in de Regio, februari 2007]

9 May 2008
By on 06:55
Female Investigations: Privé rechercheur Mieke Derksen is geen sensatiezoeker

Toen de 49-jarige Mieke Derksen uit Zutphen, middels een stukje dat zij inzond aan Opzij, liet doorschemeren dat zij een eigen recherchebureau begonnen was, veroorzaakte dat een lawine aan reacties. Zowel de media als de klanten bestookten haar met telefoontjes. Begonnen in de jaren 70 als opsporingsambtenaar bij de douane, stapte zij begin ’90 na het opheffen van de grenzen over naar de politie. Ze vindt het zelfstandig ondernemen een logische stap in haar carrière. Wel distantieert zij zich bewust van sensatiesfeer en Amerikaanse taferelen: haar doel is laagdrempelig zijn voor gewone mensen met gewone problemen, die echter vaak behoorlijk uit de hand gelopen zijn.

Mieke is een mooie, maar onopvallend ogende vrouw. En dat is niet toevallig. ‘Ik kan rustig drie keer op een dag dezelfde winkel binnen lopen zonder dat men mij herkent. Het is helemaal niet moeilijk om onopgemerkt te blijven.’ Ook in het dagelijks leven is ze heel gewoon. Ze heeft een voorliefde voor rode katten en vuurtorens, en baalt ervan dat het weer zo slecht is nu ze een paar dagen vrij heeft. Haar beroep is echter niet alledaags. ‘Hoewel het soms best saai kan zijn: een hele dag achter de computer zitten komt ook voor. En eindeloos observeren vanuit de auto gaat ook wel eens vervelen, tenzij het iemand is die van hot naar her rijdt.’ Haar oorspronkelijke doel was om allochtone vrouwen te helpen met een laagdrempelig detectivebureau, Female Investigations. ‘Maar dat was misschien een beetje naïef. Ik kwam er al gauw achter dat deze vrouwen zodanig onderdeel zijn van hun familie, dat er weinig te helpen viel. Mochten ze de stap al nemen om mijn hulp in te roepen, dan zou dat betekenen dat ze helemaal alleen kwamen te staan, verstoten door hun familie.’ De naam van haar bureau suggereert dat ze in het bijzonder vrouwen terzijde staat, maar wie haar website bezoekt merkt meteen dat dit niet het geval is. Ook mannen kloppen bij haar aan. En wat willen deze dames en heren dan precies door haar uitgezocht hebben? ‘Dat is heel divers. Natuurlijk zaken als overspel en alimentatie. Daarnaast spoor ik soms vermiste kinderen op, duik in bedrijfsdiefstal en ook familiegeheimen blijven bij mij niet lang geheim. Het kan gebeuren dat iemand op een feestje van een loslippige tante met een drankje teveel op te horen krijgt dat haar vader niet haar vader is. Angstvallig heeft de hele familie daar jarenlang over gezwegen. Misschien zijn de mensen die ervan wisten zelfs al overleden. Dat kan behoorlijk schokkend zijn. Vaak gaat er een hele tijd overheen voordat iemand besluit het toch tot op de bodem te laten uitzoeken. Als ik dan uiteindelijk aan het rechercheren ben, komen ze er ook soms op terug en willen toch maar liever niet weten wat er allemaal ontdekt gaat worden. Meestal echter blijft het knagen en willen ze uiteindelijk toch antwoord op hun vragen.’

Technische snufjes

Een goede video- en fotocamera, audioapparatuur voor het vastleggen van informatie en een snelle auto zijn alles wat Mieke nodig heeft. Geen poederdozen met geheime wapens of hightech afluisterapparatuur. ‘Die technische snufjes zijn misschien wel handig, maar ook kwetsbaar omdat ze zo hypergevoelig zijn. Bovendien overschrijden ze al snel de grenzen van de privacywet. Het zijn meer je capaciteiten dan je materialen die belangrijk zijn.’ Voor snelle achtervolgingen heeft Mieke en speciale rijopleiding gehad. ‘Maar je wilt niet opvallen, dus soms is het beter om geen risico’s te nemen en af te haken. Betrapt worden is geen optie. Ik heb wel eens jonge knapen als stagiair gehad, die de neiging hadden om dwars door plantsoenen te scheuren. Dan zeg ik wel: ‘Je zit niet in Amerika!’ Beter is het om een vervolgmoment af te wachten en de draad later weer op te pikken.’ Behalve een flinke dosis geduld moet een detective beschikken over een groot relativeringsvermogen. Niet iedereen is voor het werk geschikt. ‘Ik distantieer me van de resultaten van mijn bevindingen. Trek de deur dicht en ga over tot de orde van de dag. Bij de politie heb ik ervaring opgedaan met heftiger zaken, waardoor ik situaties makkelijker kan hanteren. Eén van mijn vrouwelijke stagiaires was heel enthousiast, had de theorie goed onder de knie, maar kon de praktijk niet aan. Wat ik zie als creatief zijn, je voordoen als iemand anders bijvoorbeeld, beschouwde zij als liegen. Maar je moet wel tegen een stootje kunnen en niet al te bang zijn uitgevallen. Als ik iemand observeer heb ik er geen moeite mee om te zeggen dat ik mijn hond aan het zoeken ben, mocht iemand mij vragen wat ik daar doe.’ Mieke werkt het liefst samen met ex-politiemensen. Die zijn, zoals ze het noemt, streetwise. ‘De belangrijkste voorwaarden om dit vak in te kunnen zijn zowel de theorie als de praktijk onder de knie hebben, niet piepjong zijn en een sterk gevoel voor ethiek hebben.’ En dat ze een vrouw is heeft alleen maar voordelen, want: ‘Je krijgt informatie veel makkelijker. Je komt sneller ergens binnen, omdat men je niet als bedreigend ervaart. In mijn politietijd merkte ik al dat men problemen  tamelijk vrij met mij bespreekt.’

Loverboy

Toch vinden veel mensen het moeilijk om hun vuile was buiten te hangen bij een vreemde. Daarom zoeken zij vaak liever hulp in een andere omgeving, wat maakt dat Mieke meer mensen uit het westen van het land helpt dan uit haar eigen regio. Ook binnen bedrijven heerst een zekere gene om te erkennen dat er problemen zijn met het personeel. ‘Veel bedrijven hebben geen bedrijfsprotocol. Het lijkt gek, maar een rechter doet niks voor je als niet vastligt wat wel en wat niet kan. Mijn visie hierop is: alles wat achter de rug van de baas wordt meegenomen, van pen tot pallet, is diefstal. Maar een rechter kan overstag gaan bij verzachtende omstandigheden. Naast een protocol is het ook heel verstandig om het personeel te laten screenen. Zo had ik een zaak waarin pas na een boekhoudcontrole ontdekt werd dat de magazijnmedewerker breedbeeld t.v.’s en audioapparatuur achterover drukte. Hij bleek in het verleden een aantal antecedenten op zijn naam te hebben staan. Dat had men natuurlijk moeten screenen; het is alsof je een kind bij Jamin neerzet.’ Kan het voor een bedrijfsleider al moeilijk zijn om zijn eigen personeel te verdenken en dit openbaar te maken, in de familiesfeer liggen de problemen soms nog gevoeliger. ‘Er is eens een vader bij me geweest die het vriendje van zijn dochter niet vertrouwde. Zij was zestien, hij tweeëndertig. Vader stapte naar de politie. Die zeiden: ‘Als ik u was zou ik me ernstig zorgen maken’. Dat mogen ze eigenlijk al niet zeggen. De vader heeft mij ingeschakeld en ik ontdekte dat ze deze loverboy via internet had ontmoet en dat hij haar en andere meisjes had gefotografeerd. Toen het meisje met deze informatie werd geconfronteerd kwam de boodschap wel over. Maar naar haar vader luisterde ze niet.’ Een aantal van de verhalen die Mieke tegenkwam tijdens haar werk zet ze in boekvorm op papier. De personen en zaken zijn niet herkenbaar, maar de situaties kennen veel mensen wel. Zo hoopt Mieke haar werk dichter bij de gewone mens te brengen.

[Gepubliceerd in: Vrouw in de Regio, oktober 2007]


By on 06:49
Anita Amirrezvani debuteert met fascinerende roman

Tussen de vele boeken die jaarlijks wereldwijd gepubliceerd worden, valt één debuutroman bijzonder op. Een ijzersterk geschreven verhaal, meeslepend, en ondanks de onvoorstelbare belevenissen van de hoofdpersoon geloofwaardig. Eén woord dat niet van toepassing is op het boek zegt misschien wel meer dan alle superlatieven die dat wél zijn: onverschilligheid. Het verhaal laat niemand onberoerd.

Dit boek heeft de titel Dochter van Isfahan en wordt uitgegeven in 21 landen, waarvan Nederland één van de eersten is, nog voordat het in de Verenigde Staten verschijnt. Auteur Anita Amirrezvani, Iraanse van geboorte, is twee dagen in Amsterdam om interviews te geven, waarna ze een ‘booktour’ in vijf Amerikaanse steden, waaronder New York en Los Angeles, zal maken. Groot is dan ook de eer om Anita Amirrezvani voor Vrouw in de Regio te mogen interviewen. De kennismaking met Anita verloopt hartelijk: wie inmiddels haar boek gelezen heeft verwacht niet anders dan een zelfverzekerde vrouw met gevoel voor humor. Gekleed in de enige kleuren die logisch lijken, turkoois, ziet ze er stralend en jeugdig uit. Ze schreef  jarenlang voor een krant recensies, voornamelijk over dansvoorstellingen, maar ook andere kunsten kwamen aan bod. De voorliefde voor kunsten komt in het boek tot uitdrukking door de precisie waarmee ze de kunst van het tapijtknopen en het belang van kleuren beschrijft. ‘Het gelukkige toeval wil dat er net op dit moment een tentoonstelling over Perzië is in museum Hermitage. Daar ga ik morgen natuurlijk naartoe…’

Isfahan

Anita Amirrezvani is 45 jaar en heeft bijna negen jaar gewerkt aan haar debuutroman Dochter van Isfahan (oorspronkelijke titel The blood of Flowers) Als kind van een Iraanse vader en een Litouws Amerikaanse moeder woonde ze tweeëneenhalf jaar in Teheran. Na de echtscheiding van haar ouders verhuisde ze met haar moeder terug naar de Verenigde Staten, waar ze opgroeide in San Francisco. Op dertienjarige leeftijd nam haar vader haar mee naar Isfahan, waarvan ze danig onder de indruk was. ‘Mijn vader zei: “Je houdt van oude cultuur, dus we gaan er naartoe.” En dat terwijl hij net hertrouwd was, er een baby op komst was en hij heel druk was. Het zien van The Image of the World (vertaald als de Weerspiegeling van de Wereld) heeft mij veranderd. Het immens grote plein in Isfahan behoort tot het Unesco Werelderfgoed. Het stamt uit dezelfde tijd als de grachtengordel in Amsterdam!’ Het tapijt dat Anita van haar vader kreeg inspireerde haar tot het onderwerp van haar boek: een vijftienjarig meisje dat als tapijtknoopster opgroeit in het Iran (voorheen Perzië) van de zeventiende eeuw. Als haar vader komt te overlijden is er geen geld meer voor haar en haar moeder, geen bruidsschat en dus geen toekomst. Daarom maken ze een lange reis per kameel naar de toenmalige hoofdstad Isfahan, die onder sjah Abbas is opgebloeid tot een indrukwekkende handelsstad. Ze trekken in bij verre familie, wat de nodige consequenties voor hun zelfbeschikking en toekomst heeft.

Mythen

Vertellingen hebben een belangrijk aandeel in het boek: een zevental sprookjesachtige traditionele Iraanse verhalen geven in het boek wijze raad waarin de personen hoop of waarschuwingen vinden. Een aantal vertellingen paste ze aan, twee bedacht ze zelf. De vertellingen zijn vaak wreed, soms zelfs bloederig van aard en beginnen met de inleiding ‘Eerst was er niet, en toen was er. Vóór God was er niemand’. Dit is een vertaling van de Iraanse versie van ‘Er was eens…’ Anita: ‘Je kunt de vertellingen vergelijken met sprookjes en mythen zoals wij ze kennen: de kleine zeemeermin of de Griekse mythologie. Deze verhalen zijn ook altijd gewelddadig. Het beschrijft een ervaring waarmee je door de levens van anderen kunt beleven, vergelijkbaar met een goede film: het maakt je bewust en geeft je nieuwe inzichten, met een boodschap als ‘doodt de draak!’ In het boek heb ik een balans proberen te vinden tussen de vertellingen en het verhaal. Ik heb als het ware geprobeerd ze te ‘huwen’. De personen beleven extreme avonturen, op weg naar een betere plaats aan het eind, de andere kant. De hoofdpersoon moet haar eigen psychische gevechten voeren en groeit daarin gedurende het verhaal. Omdat ze vaak dingen doet die ze niet zou moeten doen, die niet redelijk zijn en soms echt een verschrikkelijk slecht idee, zijn de reacties van haar omgeving ook vaak sterk en dat wordt in ferme bewoordingen duidelijk gemaakt. Ze gebruiken daartoe Iraanse uitdrukkingen. Daarbij komt dat de hoofdpersoon de kleindochter is van de tweede vrouw in deze familie. De zoon uit het eerste huwelijk is de halfbroer van haar overleden vader en dat geeft een breekbare band tussen de familieleden. Dat er voor elkaar gezorgd wordt is plichtmatig, waarbij de vrouw des huizes ook nog een grote angst voor armoede heeft.’ Al met al geen best uitgangspunt voor de toch al benarde situatie van de hoofdpersoon.

Cultuur

Het enige dat in het boek als autobiografisch aangemerkt kan worden, is het feit dat Anita’s grootmoeder op veertienjarige leeftijd huwde. ‘Zij werd geboren in 1910 en trouwde in 1925. In de tijd waarin het boek zich afspeelt was de levensverwachting niet veel hoger dan een jaar of dertig, wat verklaart waarom er zo jong getrouwd werd. Dat was helemaal niet ongewoon.’ Ze maakte zelf geen vreselijke dingen mee zoals de hoofdpersoon in haar boek. De laatste is jong en onbezonnen, terwijl Anita zelf naar eigen zeggen een fijne leeftijd heeft. ‘Als je wat ouder wordt ben je meer op je gemak, voel je minder die onrust om iets na te jagen. De hoofdpersoon is een karakter met wensen, dromen en problemen, die zich een weg moet banen door het leven. Ze wil trouwen, kinderen krijgen. Veel mensen krijgen niet wat ze willen, zo is het leven. Daardoor kan iedereen zich wel met het verhaal identificeren.’ Het Iran van nu is volgens Anita vrij onbekend. ‘Amerikanen gaan er zelden naartoe, ook Europeanen komen er weinig. Alleen toeristen uit Japan of Duitsland zie je er wel eens. Sinds 1979 zijn er geen diplomatieke betrekkingen meer tussen de VS en Iran. Honderden jaren was Iran belangrijk en interessant en vond er veel handel plaats. Toen mijn ouders elkaar ontmoetten, werkten er zo’n 50.000 Amerikanen in Iran. In de huidige tijd zouden zij elkaar nooit gevonden hebben! Nu hoor je alleen de headlines van het politieke nieuws uit Iran, terwijl er zo veel cultuur is. Dat is jammer. Ik hoop dat het boek een voorproefje geeft dat naar meer smaakt. Als de mensen niet naar Isfahan gaan, breng ik Isfahan wel bij hen. De hedendaagse Iraanse vrouw uit de stad is westers, modern. Ze draagt wat ze wil en gaat graag winkelen. Maar buitenshuis moet ze nog steeds haar haren bedekken en een mantel of chador dragen. Er zijn echter ook voor de man wel degelijk voorschriften: zo mag hij bijvoorbeeld geen mouwloze hemden dragen.’ Een volgend boek gaat er beslist komen, verzekert Anita ons. ‘Het zal nu wel sneller gaan, omdat ik inmiddels weet hoe het gaat. Wat betreft het onderwerp zal het weer over een Iraanse vrouw gaan, want dat is erg fascinerend. Maar wel met een ander thema natuurlijk.’ Rest ons te hopen op een spoedige verfilming van dit opmerkelijke debuut.

[Gepubliceerd in: Vrouw in de Regio, juni 2007]


By on 06:46