Samba versus klompendans: Achter de schermen in Brazilië
Een aangeboren nieuwsgierigheid of, beter nog, interesse in alles en iedereen, maakt het werken als journalist een aangename bezigheid. Gaat ergens een deur voor je open, dan wil je ook graag weten waar de achterdeur naartoe leidt. Privé is die interesse en zucht naar nieuwe inzichten niet altijd handig. Of voordelig. Maar het brengt je zo nu en dan wel op plaatsen waar je nooit dacht te zullen komen. Dat was ook het geval toen ik op een goede dag werd uitgenodigd om een studiereis te maken naar de binnenlanden van Brazilië.
Wie aan Brazilië denkt zal, net als ik, vermoedelijk blijven steken bij de gedachte aan carnaval in Rio de Janeiro, favela’s in São Paulo en krokodillen in de Amazone. Palmbomen, stranden en temperamentvolle mensen. Prijsvechters vliegen af en aan naar badplaatsen als Natal, Fortaleza en Salvador de Bahia, aan de noordoostkust van het kolossale land. Maar zelfs daarvan had ik nog nooit gehoord. De reis die ik ging maken voerde naar de binnenlanden, naar de staat Mato Grosso bij de Boliviaanse grens, in het noordwesten van Brazilië. Een groep Nederlandse investeerders in teakplantages werd door het bosbouwbedrijf Floresteca in de gelegenheid gesteld met eigen ogen te komen zien hoe hun boompjes gekweekt, gekloond, geplant en gekapt worden.
Toeristische luxe
Naast zonnebaden, cocktails drinken, met een speedboot over de Rio Paraguai varen en met ondergaande zon op de savanne paardrijden, als ware cowboys koeien opdrijvend, was er best nog wat tijd over om alles te leren over de tropische bodem waarop de teakbomen groeien. Maar daarna was het toch weer de zeldzame Blauwe Hyacintpapegaaien bezichtigen, piranha-sushi eten, meer cocktails drinken en ach, een stukje kaaimanvlees moet je toch ook een keer geprobeerd hebben…. Van de prachtigste pousada naar een nog mooiere, van het ene heerlijke buffet naar het andere. Toppunt van het toch al heerlijke eten in Brazilië was wellicht het steakhouse, waar voor een vast bedrag onbeperkt opgeschept mocht worden. Obers liepen er af en aan met grote spiesen vlees van de gril en wie zich bezwaard voelde vanwege de overdadige hoeveelheden, hoefde alleen maar om zich heen te kijken om te beseffen dat er hier alleen maar scharrelvlees bestaat. De uitgestrektheid van dit land laat niet veel anders toe. Langs de doorgaande wegen werden we regelmatig getrakteerd op lekkere gefrituurde hapjes, ijskoude verse kokosdrank die je met een rietje uit de kokosnoot drinkt en allerhande casave snacks. Hoewel het zich laat raden dat een dergelijke luxe vakantie, op kosten van een bedrijf waarvan je met wat geluk de naam kunt onthouden, een onvergetelijke indruk maakt, was ik niet tevreden. Ik wilde emigreren. Of in ieder geval zo snel mogelijk terugkeren naar dit land om achter die deur van gastvrijheid en toeristische luxe te kijken.
Betalen in termijnen
Het duurde drie maanden voordat ik, dankzij geplunderde creditcard, spaarrekening en familieleden, die deur kon openen. Met de moeizaam opgebouwde contacten in Cuiabá, hoofdstad van Mato Grosso, lukte het om de Brazilianen van een andere kant te leren kennen. Het was mij opgevallen dat slechts weinig mensen hier engels spraken en zonder ook maar een woord Portugees te spreken is communiceren best lastig. Daar komt bij dat bijna niemand een eigen internetverbinding heeft en voor toegang tot het wereldwijde web de meeste mensen afhankelijk zijn van de zogeheten LAN-houses. Telefoonverkeer is buiten de grote steden beperkt, vooral wanneer je vanaf de andere kant van de wereld probeert te bellen. De post tenslotte doet er ongeveer zes weken over om die afstand te overbruggen. Maar dan heb je ook wat. Zoals je wel vaker hoort, zijn ook de Brazilianen die niets hebben toch in staat te delen. Is het niet hun huis, dan toch zeker wel hun familie. Met een huurauto was zelfs de desolate savanne binnen handbereik en mocht ik zowel in de stad als op het platteland kennis maken met het sobere bestaan van de minder fortuinlijke Brazilianen. Mijn gastvrouwen waren Jô en haar zus Dora. Jô is weduwe en woont in Cuiabá. Zij verdient haar Reais als gids. Dora en haar man zijn van de stad verhuisd naar een verlaten plek op de savanne. Daar heeft haar dochter, die in Zwitserland woont, een klein huisje voor haar gekocht met 40 hectare grond. Dit voor het luttele bedrag van 11.000 Reais, zo’n 3.000 euro. ‘Wie geen geld heeft, is beter af op het land’, legde Jô mij uit. ‘Want daar kun je zelf wat groente verbouwen, kippen houden, vis vangen in de rivier. In de stad is het leven duur.’ Het wettelijk minimumloon in Brazilië is ongeveer vijfhonderd Reais per maand. Een kleine woning kost al gauw 350 Reais per maand. Dat verklaart waarom niet alleen duurzame producten zoals telefoons, maar ook de dagelijkse boodschappen, kleding en schoenen, in termijnen betaald kunnen worden.
Feestjes
Op de savanne wordt er van het eigen land gegeten. De kip gaat met poten en al de pan in. Het drinkwater komt uit de rivier. Als er tenminste water uit de slang komt, die het van de rivier via een kleine toren naar de huizen voert. Wie boodschappen gaat doen in de dichtstbijzijnde stad (een half uur rijden) doet dat met de bus. Die rijdt drie keer per week. Het is dan ook zaak om precies te weten hoe laat hij weer terug rijdt, anders zul je pas twee dagen later naar huis terug kunnen. Dat betekent echter niet dat de buschauffeur erg stipt is. Het kan maar zo gebeuren dat je anderhalf uur zit te wachten bij het busstation.
In de stad zijn de huizen hermetisch afgesloten met hekken en luiken, want wie wat heeft kan het ook kwijtraken. Stroomdraden hangen los langs muren en plafonds. Op woensdag heeft Jô haar vaste schoonmaakdag. Dat moet wel ’s morgens gebeuren, want alleen dan komt er voldoende water uit de kraan. Om de dag is er helemaal geen stromend water.
Zowel op het platteland als in de stad worden, ongeacht de armoede, feestjes gevierd. Vaak begeleid door live muziek, want bijna iedereen speelt op zijn minst gitaar. Daarbij wordt de samba gedanst. Een Nederlandse die een poging doet tot sambadansen is wel wat bijzonders in Brazilië. Dat houterige bewegen past natuurlijk ook meer bij onze eigen klompendans. Ondanks de eenvoudige pasjes gaf het toch de nodige struikelpartijen. Gelukkig zijn Brazilianen heer genoeg om je hierop niet af te rekenen en je galant op te vangen, zonder één woord over het feit dat je op hun tenen stapt. Tijdens zo’n feestje, waarvoor niet speciaal aanleiding hoeft te zijn, staan de dames rustig vanaf twaalf uur ’s middags tot ver na middernacht allerlei lekkers te bereiden. De heren ontfermen zich over het vlees op de barbecue en tenzij je jonger dan veertien bent drink je bier om de heerlijkheden weg te spoelen. Ook het afscheidsfeestje dat ter ere van mijn vertrek gevierd werd, verliep niet anders. Het maakt helemaal niets uit dat niemand je ooit eerder heeft gezien. Toch vinden ze het jammer dat je gaat. Saudade, noemen ze dat.
[Gepubliceerd in: Vrouw in de Regio, okt.'08]

11 August 2009 at 17:21
URGENT
Dear
We are looking for a journalist and licence in Brezil, who wants to write some articles for our Magazine Colour Beautiful on a regular basis.
For more information about our Magazine, please take a look at our website: http://www.colourbeautiful.com and our e-mail is: info@colourbeautiful.com
If you think you are the person we are looking for, please let us know.
Best regards,
Anneke
25 October 2009 at 19:22
Leuk land is Brazilie, he?